Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/236

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


op de tinten van deze vogels, en vooral in de gevangenschap is dit het geval. Geeft men hun b.v. alleen hennepzaad, dan worden zij donker, veelal zwart. Door hun daarentegen veel jong groen, geen vleesch en hoofdzakelijk havergort toe te dienen, krijgt men blanke voorwerpen.

Het geschiktste voedsel voor den Leeuwerik in de kooi is havergort en nu en dan een weinig gekneusd hennepzaad; harde zaden zullen hem schadelijk zijn; want, even als de meeste zangvogels met lange, dunne snavels, pelt hij de zaden niet, maar slikt ze geheel in; kruimels droog wittebrood, bij afwisseling of onder het voedsel gemengd, eet hij gaarne. Eenige miereneijeren of meelwormen daags zijn voor den vogel eene behoefte, vooral des winters, als wanneer men hem ook (eenmaal 's weeks) een stukje half gekookt en fijngesneden kalfshart kan geven. Hoe beter men de Leeuwerikken voêrt gedurende den tijd dat zij zich niet laten hooren, namelijk 's winters, des te vroeger in 't voorjaar en des te fraaijer zullen zij zingen.

Er worden van dezen vogel ook witte variëteiten of voorwerpen met gedeeltelijk witte vederen aangetroffen, doch dezen komen meer in den vrijen staat dan in de kooi voor, en deze kleurswijzigingen zijn niet aan het voedsel toe te schrijven.