Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/289

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Soms paart het mannetje van den Groenling in gevangenschap met het wijfje van den Kanarievogel. De daaruit voortspruitende jongen worden fraai bont, wanneer de Kanarievogel (de moeder) geel is. Bij een donkeren Kanarievogel krijgen de jongen de kleuren van beide ouders en komen alsdan zeer veel overeen met den Europeschen Geelvink (Fringilla serinus).

Variëteiten van Groenlingen komen zelden voor, en het schijnt dat, indien er al kleurspelingen ontstaan, deze alleen tot het zwarte, en niet tot het witte overhellen.