Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/366

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Ned. duim diep, dan vangt de IJsvogel de vischjes door er op te stooten; bij mindere diepte echter zet hij zich op den rand neder en schept, terwijl hij van de eene zijde van den bak naar de andere door het water schiet, een der vischjes op. Bij gebrek aan visch, voeden zij zich ook met stukjes raauw vleesch. Zij drinken weinig.

Zij gewennen zich gemakkelijk aan het kooileven; evenwel worden zij schaars in 't bezit van vogelliefhebbesr aangetroffen, 'tgeen echter hieraan moet toegeschreven worden, dat zij niet zeer algemeen en bovendien moeijelijk te vangen zijn.