Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/46

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


naderhand met den eersten oogopslag de geslachten te kunnen herkennen; want het onderscheid is slechts zeer gering: de zwarte vederen aan de binnenzijde van den vleugel, alsmede de weinige blaauwe veertjes langs de vleugelbogt, ontbreken namelijk bij het wijfje.

Keeren wij nu met de gevangen Periquitos naar ons vaderland terug. De herinnering aan onze Papegaaijen-vangst moge ons steeds bijblijven: daarom zorgen wij 't allereerst, dat er voor onze gevangenen eene groote, ruime volière wordt aangeschaft, om hun daardoor het gemis van hunne vrijheid eenigzins te vergoeden.

Indien de volière behoorlijk is ingerigt, en de vogels goed worden verzorgd, zullen zij, even als de Grasparkieten, ook in gevangenschap broeijen. Zij kunnen echter niet zoo goed tegen de koude, als dezen, en omdat de broeitijd van November tot Maart duurt, dienen zij alsdan binnenshuis gehouden te worden. Het broeijen en al wat daarmede in verband staat, komt in alle opzigten met dat der Grasparkiet overeen; evenzoo het getal en de kleur der eijeren. De jonge vogeltjes zijn fletser gekleurd; de roode kleur van het voorhoofd ontbreekt bijna geheel, en de geslachten zijn nog niet te onderscheiden.

Men geeft aan de Inseparable hetzelfde voedsel als aan de Grasparkiet; vooral zoete en sappige vruchten, zoo als meloenen of ananassen, zijn voor dezen vogel eene lekkernij.