Pagina:Keulemans Onze vogels 1 (1869).djvu/531

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


 

DE BERGEEND.

ANAS TADORNA.


De Eenden (Anas) worden in twee afdeelingen gesplitst, namelijk: Zwemeenden en Duikeenden. Het kenmerk van de eersten, de Zwemeenden, is, dat zij geen zoomvlies aan den duim hebben, het ligchaam horizontaal dragen en waggelend loopen, en bij het zwemmen niet of weinig duiken. Onder de tweede afdeeling (Duikeenden) worden de soorten begrepen, die een zoomvlies aan den duim bezitten, bij het loopen gewoonlijk het ligchaam opgerigt houden, en zich over 't algemeen gemakkelijker op den grond en beter of sneller in het water kunnen bewegen, aan welk laatste zij dan ook den naam van Duikeenden te danken hebben.

De Bergeend vormt den overgang van de Eenden tot de Ganzen. Zij wordt in Nederland niet veelvuldig aangetroffen. Voor 't overige komt zij in geheel Europa, alsmede in West-Azië tot Indië, en ook in China voor. Hier te lande vindt men haar in de duinstreken der kustprovinciën, en tegenwoordig het meest nabij den Hoek van Holland. Vroeger hield zij zich meer algemeen aan den Helder op, alwaar zij ook broeide; doch ten gevolge der menigvuldige strooptogten van inwoners en buitenlieden, is zij geheel van daar verdwenen; de eijeren werden weggehaald en zelfs de ouden niet ontzien, waarom deze vogels eene veiliger verblijfplaats zochten, en zoo eindelijk aan genoemden Hoek van Holland teregtkwamen. Wel is waar worden ook daar, even als aan den Helder, vele eijeren weggenomen, en dikwijls de ouden gevangen, doch wij hebben daaraan de voorwerpen, die in onze vijvers leven, te danken. De jagers (en stroopers) verkoopen namelijk de gevonden eijeren aan vogelkweekers, die ze door de Tamme Eend of door Hoenders laten uitbroeijen.

De Bergeend legt gewoonlijk acht tot veertien eijeren, welker kleur geelachtig wit is. De jongen zijn in hun donskleed aan de onderdeden parel-wit en hebben ge-