Pagina:Keulemans Onze vogels 2 (1873).djvu/49

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen


Gewoonlijk is een Koekoeksei even groot als dat der Huismusch, maar een weinig ronder. De kleur varieert van vuil groenachtig wit, met eenige rosse vlekjes, tot flets geelachtig bruin met een groot aantal donkere stippen, die het eene min of meer gelijk graauwbruine tint geven. Soms loopen er haaltjes en streepjes door, soms ook is er een vrij duidelijke krans van vlekken op te zien. Niet altoos komt het overeen met de eijeren van de kleine vogels, in wier nest het wordt gelegd. Dat een Koekoekswijfje steeds eijeren van dezelfde kleur zou leggen, en dat een Koekoek, die door een Kwikstaart is uitgebroeid, later eijeren zal leggen, met die van den Kwikstaart overeenkomende, is slechts eene onderstelling gebleven. Uit de menigte vogelnesten met een Koekoeksei, welke mij zijn voorgekomen, is mij gebleken, dat de kleur der Koekoekseijeren in geenerlei betrekking staat tot die eijeren waarbij zij gelegd worden, en dat zij alleen, door hunne eigenaardige kleur, dikwijls overeenkomen met eijeren van kleine vogels, welke eveneens graauw of bruin gevlekt zijn. Er zijn trouwens vele vogels, welker eijeren evenzeer onderling verschillen, als van den Koekoek. Bij de Kwikstaarten, Leeuwerikken, Hofzangers, Groenlingen, Zwaluwen en Vliegenvangers (in wier nesten de Koekoek zijn ei legt) treft men vaak in een en hetzelfde nest zeer van elkander verschillende eijeren aan, dermate verschillend zelfs, dat men eenige daarvan voor die van eene andere vogelsoort zou houden, waren zij niet in hetzelfde nest aanwezig.

Men heeft wel eens twee Koekoekseijeren in één vogelnest gevonden; waarschijnlijk waren deze eijeren door twee verschillende wijfjes daarin gelegd. Ook heeft men dikwijls een Koekoeksei in een ledig nest aangetroffen, en daaruit is het sprookje ontstaan, dat de Koekoek de aanwezige eijeren uit het nest werpt en daarna het zijne er in legt. Van dit laatste geval, namelijk van een ei in een nest, waarin de eijeren van den kleinen vogel nog niet gelegd waren, is geene andere oorzaak te gissen, dan dat de Koekoek het wijfje der kleine vogelsoort op het nest had gezien, en dat dit voor hem genoeg was om te weten, dat in een afgewerkt nest de eijerlegging spoedig volgen zou. Al wie zich met waarnemingen omtrent het een en ander heeft bezig gehouden, zal opgemerkt hebben, dat de Koekoek zich weinig bekommert over de al dan niet aanwezige eijeren der vogels, in wier nest hij zich indringt, en dat van moedwillige vernieling nimmer eenige kenteekenen zijn achtergebleven.

Aangaande de opvoeding van de jonge Koekoeken worden allerhande vertelseltjes opgedischt; zoo b.v. zou de jonge Koekoek zijne voedster verslinden en