Pagina:Keulemans Onze vogels 3 (1876).djvu/108

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd


talent; hun geroep is echter zeer helderluidend, en gedurende het grootst gedeelte van den zomer hoort men hun onvermoeid „ploe-ie, ploe-ie” of „plee-plee”, dat zij wel twintig maal herhalen.

Deze Specht kan zich zeer goed aan de gevangenschap gewennen, als men hem maar eene groote, sterke kooi, met wat timmerwerk er in, tot woning, en gehakt vleesch met ei en melk, meelwormen en miereneijeren tot voedsel geeft. Hij dient steeds te kunnen kloppen; daarom zal men wel doen, een stuk vermolmd hout of dikken tak in de kooi te plaatsen; anders hakt hij het hout zijner woning stuk, en ontsnapt, en dan loopt men groot gevaar, dat hij onverwijld in de kamer aan spiegel- of schilderijlijsten zijn timmerlust zal botvieren.