Pagina:Keulemans Onze vogels 3 (1876).djvu/209

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

konden. Een Appelvink, namelijk, was uit zijne kooi ontvlugt en, na de kamer te hebben rondgevlogen, op den voederbak van den Baltimore neergevallen; het glazen schuifje belette hem iets van het voedsel weg te pikken, maar aan den anderen kant belette het ook den bewoner der kooi, den vreemden indringer te verjagen. Een tijd lang deden beiden al hun best om naar elkander te bijten, natuurlijk echter te vergeefs, daar het glas telkens hunne snavels deed afglijden. Eindelijk vloog de Appelvink tegen de traliën, en nu nam het gevecht een aanvang. De Baltimore kon met zijn langen bek gemakkelijk zijn tegenstander, door de traliën heen, eenige pikken toebrengen, doch de Appelvink was door zijn dikken snavel geheel buiten staat zijn vijand te bereiken. Ten slotte echter gelukte het den laatstgenoemde, de juist naar buiten stekende vleugelpunt zijner tegenpartij vast te grijpen en naar buiten te trekken, doch op hetzelfde oogenblik haalde de Baltimore hem de poot naar binnen. Dit alles gebeurde in slechts weinige seconden, en ik kwam juist bij tijds om hen te scheiden; doch steeds zijn die twee vogels kwade vrienden gebleven.

De koopprijs van den Baltimore is gewoonlijk een dollar in Canada, 15 shillings bij zijne aankomst in Liverpool of Londen, en, al naar het uiterlijk of de qualiteit van den kooper, 25 à 45 shillings bij den vogelhandelaar. De wijfjes worden echter zelden herwaarts overgevoerd, misschien wel omdat zij, in tegenstelling van hare echtgenooten, zoo eenvoudig gekleurd zijn.