Pagina:Korte beschrijving van het dorp loemel en deszelfs omtrek.djvu/37

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

( 33 )

de achterhoede, en zond een deel van zijn volk vooruit, die de vier Kompagnien der Staatſchen, die de wacht hadden, verraschten. Herman Otto, Graaf van Styrum, die eerst van de wacht was gekomen, werd in zijn logement, alsmede de Heer van Poutlitz, die zeer gekwetst was, en aan zijn wonden ſtierf, gevangen genomen; een voorpost, dien de vijand pasſeeren moest, had zich, zonder het geweer af te ſchieten, of geruchtte maaken, op de vlucht begeeven, de Vaandrig en Sergeant van dien voorpost werden, bij een krijgsraad, tot den kogel veroordeeld, maar bekwamen vergifnis; de aanſlag was voor den vijand zeer gevaarlijk, naardien hij een enge weg moest doortrekken, daar hij ligt, indien men op zijn hoede geweest was, onderſchept en afgeſneden had kunnen worden; hij kreeg in 't geheel tagtig mannen gevangen, en over de twee honderd paarden, doch het Staats-leger op de been gekoomen zijnde, noodzaakte den Graaf van den Berg terug te keeren. [1].

In

  1. J. van den Sande, l.l. bl. 125. Wagenaar, XI deel, bl. 37.

C