Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/160

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen
120

land niet minder geschikt is voor mensohelijke vestiging dan dat der Javanen.

In Hoofdstuk VII komen we op dit punt terug. Thans valt er alleen op te wijzen, hoe door de vele migratie op Sumatra zoo moeilijk scherpe grenzen zijn aan te wijzen voor de woonplaatsen dor verschillende volken.

Onze onderscheiding der twee volken berust op taal en adat; de eerste groep dan spreekt het Riau'sch of Djohorsch Maleisch en volgt de patriarchale verwantschaps-, huwelijks- en erfrecht-inzetlingen; de tweede spreekt het Minangkabausch Maleisch en houdt zich aan het exogaam-matriarchaat als grondslag van de stamvorming en wat daaruit voortvloeit. (Zie § 28—30).

Het laatste verschilpunt levert voor onzen tijd nog het scherpste onderscheidingskenmerk. Het is echter waarschijnlijk, dat dit verschil van later datum is. De beide groepen hebben in andere opzichten zooveel overeenkomst met elkaar, dat men dit verschil in de regelen van de stamvorming en het erfrecht niet kan beschouwen als oorspronkelijk en gegrond op verschil in afkomst. Bij beide volken vindt men trekken, die aan het systeem van het andere volk herinneren; waar men bij de patriarchalen sporen van het matriarchaat vindt, kan men die beschouwen of als relicten van een vroegeren toestand óf als accommodaties om de gevolgen van het patriarchaat te verzachten; evenzoo vindt men bij de matriarchaten enkele patriarchale trekken, die op dezelfde manieren kunnen worden verklaard.


Hegemonie van het Maleisch over de Inlandsche talen.

Het idioom, door de eerste groep gesproken, wordt Riau'sch of Djohorsch Maleisch genoemd naar het tegenwoordige dialect van de bewoners der Riau-eilanden, eigenlijk dat van Djohor, het oude rijk aan de Zuidpunt van het schiereiland Malaka, dat door Raffles' optreden bij de stichting van het nieuwe Singapoera nieuwe beteekenis kreeg. Een antieke, nog niet geheel vergeten naam voor het Maleisch is: „Djawi".

Het is dit idioom, dat de algemeene verkeerstaal is geworden in Ned.-Indië. Dit was al zoo bij de komst der Portugeezen in OostIndië. De Maleiers waren toen dus reeds zeevaarders en kolonisa-