Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/202

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


 

VII. GODSDIENST, ONDERWIJS EN ZENDING.



§ 31. Heidendom.

Een 170000 Christenen, 300000 Heidenen en meer dan 4500000 Mohammedanen stellen Sumatra's bevolking samen naar den godsdienst.

De groep Heidenen dunt ten voordeele der beide andere gezindten. Hei is eene kwestie van tijd, dat er geen Heidenen meer op Sumatra zullen zijn. Het proces der Islamiseering van de Heidensche volken op Sumatra is reeds een 700 jaar aan den gang en zou zich nu spoedig geheel afspelen, als de Christelijke Zending onder de Bataks geen wig had gedreven tusschen de Mohammedaansche blokken der Maleiers en der Atjehers. De animistische volksgodsdiensten zijn ten ondergang gedoemd. Zij bezitten niet de levenskracht der wereld- godsdiensten en zijn niet vereenigbaar met den modernen vooruit- gang. Zij verweren zich niet actief, bieden slechts lijdelijken weer- stand aan de opdringende ethische godsdiensten, missen den moed hunner overtuiging en voelen hun ondergang naderen.


Waar Heidenen en Christenen wonen.

Thans vindt men nog Animisten onder de bewoners van Semindo en Pasoemah, doch hun getal neemt jaarlijks af. De bekeerlingen van den Islam zijn natuurlijk in de eerste generaties nog geen zuivere Mohammedanen, maar hunne gezindheid gaat toch dien kant uit. Een steeds afnemend getal Heidenen komt voor onder de primitieve stammen (§ 24), terwijl de hoofdmassa der Animisten ge- vonden wordt onder de Bataks. We zagen, dat Mandailing, Angkola en Padang Lawas Mohammedaansch zijn op enkele Christenen na. Sipirok is voor 15 Christen; de Tobalanden en Oeloean zijn voor de helft Christelijk, voor de helft Heidensch ; op Samosir is de groote meerderheid nog Heiden; Dairi, Si Baloengoen, de Karo-