Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/204

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

158


naar het geestenverblijf kon zenden, zoodat die geesten in zeer bijzondere taal door den mond van den sjamaan hun advies konden uitbrengen : het spiritisme, de vereering naar bijzondere riten van geesten, goede en kwade; geniën en demonen; hooge en lage; nabije en verre vooronders; stichters van het dorp; beschermers van persoon, familie stam; mythologische personen.


Fetiesen der Bataks.

Wat de fetisistische uitingen van het Batak-geloof aangaat valt het op, dat zij zooveel zelfgemaakte fetiesen hadden. Wij noemen de tooverstaven en de pengoeloebalang's.

Van de tooverstaven of „toengkat" bestonden er twee soorten.

De toengkat malēkat was glad en had aan het boveneinde een beeld, meestal een ruiterbeeld ; de toengkat panaloean was, behalve aan het benedeneinde, geheel met menschen- en dierenfiguren bewerkt.

De pengoeloebalang speelde vooral bij de Toba's een groote rol. Het woord beteekent legerhoofd en de feties werd gebruikt om in den oorlog te worden vooruitgedragen en de overwinning te ver- schaffen. Het was een ruw steenen beeld, met eene holte er in, waarin de krachtige substantie, de „poepoek", werd bewaard. Dezelfde poepoek werd bij de Karo's eenvoudig in een houten of steenen potje geborgen.

De poepoek was een tooverbrij, bestaande uit de volgende ingre- diënten: kwijnende bladeren van afstervende planten; hout, door den bliksem getroffen; hout, door vuur verteerd; ongekookte rijst van weduwen, blinden of doofstommen; aarde van een plaats, waar dieren met elkaar gevochten hebben ; dorre gras- en rijsthalmen en jeukende vezeltjes van de suikerpalm; dit alles geroosterd, fijn ge- stampt en vermengd met de asch van een op zeer wreede wijze gedood kind.

Dit kind werd tot het hoofd toe ingegraven in den grond ; daarna liet men het beloven den erfvijand van den stam te verderven en ten slotte werd het gedood, door het kokend lood in den mond te gieten.

De Loeboes zijn berucht om de krachtig werkende fetiesen, die hun „dotoe's" kunnen maken en waarmee zij kwaadaardige psychosen