Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/237

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

189

Minangkabauers en Mandailingers in hooge mate aanwezig. Toen de Ambachtsschool voor Inlanders te Batavia geopend was, zagen zij daarin al gauw iets van hunne gading en vormden zij spoedig de ruggegraat van de bevolking dier school.

Op een gegeven, oogenblik werden op de ambachtsschool te Ba- tavia 70 Westkusters geteld. Deze aanwijzing is begrepen. In Januari 1915 is te Fort de Koek een ambachtsschool geopend van Gouver- nementswege, van eenvoudiger type dan die te Batavia, Semarang en Soerabaja. Een Europeesch Waterstaatsopzichter staat aan het hoofd. De school wordt gehouden in wegens garnizoensvermindering ongebruikt staande kazerne-lokalen.

De ambachtsscholen van de zending te Lagoe Boti en te Sidika- ling en die van het Bataksch Instituut te Kaban Djahë zijn hier- voor reeds genoemd. De laatste inrichting heeft druk werk met het herstellen van transportkarren. Ook tracht men door het invoeren van geschikt gereedschap het goudsmidsbedrijf te doen herleven. Van verschillende zijden is men in de weer, om ook op Su- matra's Oostkust eene ambachtsschool te krijgen.

 

Bouwen bij de Minangkabauers.

In het Minangkabausche land zijn veel bouwwerken, die van den aanleg en den smaak der vervaardigers getuigen: de mooie adat- huizen, veel soerau's en moskeeën.

In hun bouwen vertoont zich dezelfde merkwaardige vermenging van oud en nieuw, van conservatisme en modernisme, van starheid in adat en associatie met de Westersche beschaving als in hun denken, hun sociaal leven, hun godsdienst. Zoo bijv. bij do keuze van het materiaal. Het hout wordt duurder door schaarschte en hooger arbeidsloonen, het bakken van steenen neemt meer en meer toe. Nu bouwt men veelal de huizen van steen of met een steenen gevel en toch blijft men in den ouden stijl bouwen, alsof men met hout of gevlochten bamboe te doen had. Nog sterker komt dat uit bij het dakmateriaal. Vroeger was dit algemeen atap van nipah- en roembiablad aan de kust, en idjoek (de zwarte vezelbossen in de oksels der bladeren van de enaupalm), of armelijker ilalang-gras, in het binnenland. Vooral de zwarte idjoek is mooi en duurzaam dekmateriaal. Het heeft echter met atap en ilalang het nadeel van