Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/280

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

226

denties Soerakarta, Kediri en Semarang, waar op Java het sterkst wordt geschoven, is dit cijfer ƒ 1.40, ƒ 1.30 en ƒ 1.10. Ditzelfde vorhoudingseijfer is voor de Westkust van Sumatra ƒ 0.14; voor Tapanoeli ƒ 0.25; voor Bengkoelen ƒ 0.85; voor de Lampoengs ƒ 0.80 ; voor Palembang ƒ 0.35 ; voor Djambi ƒ 0.25.

 

Drankgebruik.

De soberheid en trouw aan het drankverbod der Sumatranen laten geen plaats voor beduchtheid, dat sterke drank onder de Inlanders in algemeen gebruik zou komen. Inlanders, die sterken drank drin- ken, blijven sporadisch en, mocht het kwaad gaan dreigen, dan kan de Europeaan dit nog gemakkelijk voorkomen door voorbeeld en wetgeving.

 

Conclusies.

Na kennisneming van de factoren, die invloed hebben op de volkskracht en de volks vermeerdering, rijst de vraag, wat er voor de toekomst te hopen is voor Sumatra. Zal de nieuwe aera, die is ingeluid, het open leggen van het land door vele wegen, de invoe- ring van ons bestuur tot in alle hoeken, de bloei van cultures en mijnwezen, het bestrijden van schadelijke en schandelijke gewoon- ten, het brengen van ontwikkeling aan het volk, en eene nog groo- tendeels te scheppen geneeskundige voorziening eene toeneming der bevolking kunnen teweegbrengen, waardoor Sumatra's rijke hulp- bronnen ten volle zullen worden benut?

Wij zien de zaak van Sumatra gunstig in. Speciaal van het in- telligente, pittige en expansie-krachtige volk van Minangkabau heb- ben wij goede verwachting. Nu reeds neemt het een belangrijke plaats in op heel Sumatra. Zullen echter de goede eigenschappen der Minangkabauers tot hun recht kunnen komen, dan moet m. i. hun matriarchaal familie- en erfrecht verdwijnen; hun expansie-zucht moet uitwegen zoeken in het eigen gebied; het bezit van veel kin- deren moet een genot en een eer worden voor vader en moeder.

En wie zegt, dat van een rustig en vredelievend Atjeh, met eene bevolking, welke niet van aanleg is ontbloot, en die door onderwijs in geheel andere banen van denken en gevoelen is geleid, niets is- te verwachten?