Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/301

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

245

 

§ 42. Europeesche landbouw.

Als gronden, waarop de groote Europeesche landbouw wordt gedreven, komen voor Sumatra hoofdzakelijk in aanmerking erfpachtsperceelen, in de Gouvernementslanden, en concessiën, gegeven door de zelfbestuurders en goedgekeurd door de Hoofden der gewesten. De weinige kleine particuliere landerijen in de omstreken van Padang en Bengkoelen, aan Chineezen en Europeanen toebehoorend, en waarvan padi, klappers, gras, sagoepalmen, bamboe, en een enkele maal ook koffie, rubber, vanille en peper de producten zijn, gaan wij stilzwijgend voorbij.


Hoe men aan de gronden komt.

De wet van 9 April 1870 (Ind. Stbl. n°. 55) regelde de uitgifte van gronden en landerijen en bepaalde, dat gronden konden worden afgestaan in erfpacht voor niet langer dan 75 jaar.

Bij Stbl. 1870 n°. 118 (het „Agrarisch Besluit"), werd het beginsel gehandhaafd, dat alle grond op Java, waarop niet door anderen recht van eigendom is bewezen, domein is van den Staat. Bij Stbl. 1875 n°. 199a is dit beginsel ook van toepassing verklaard op de Gouvernementslanden der Buitenbezittingen.

Dit „Agrarisch Besluit" bevat ook voorschriften ter uitvoering der zooeven genoemde wet voor Java en Madoera.

Bij Stbl. 1874 n°. 947 zijn regelen getroffen voor de uitgifte in erfpacht voor de Gouvernementslanden op Sumatra. Als regel mag één erfpachtsperceel niet meer dan 5000 bahoe beslaan.

Het hangt van hun politiek contract met het Gouvernement af, of de zelfbestuurders het recht hebben om landbouwconcessies af te geven.

Waar zij dit recht bezitten, zooals op Sumatra's Oostkust, in Atjeh en Indragiri het geval is, moet dit geschieden volgens eene modelakte. Zulk eene model-akte werd het eerst in 1877 vastgesteld Voor landbouwconcessiën, uit te geven door het zelfbestuur van Siak; deze model-overeenkomst werd ook gevolgd voor de andere Landschappen ter Oostkust. De thans gevolgde algemeene model-akte werd vastgesteld in 1892.

De minimum-cijns was tot dusverre ƒ 1.— per H.A., maar er komen nog wat kosten bij. Voor de nieuwe rubberconcessies geldt tegenwoordig eene uniform-cijns van ƒ 3.— per H.A.