Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/33

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

13

welijks richting of systeem is te herkennen. Als rustpunten daarin de vulkanen, hooger meestal dan de omringende bergen; grondvorm: de stompe, afgeknotte kegel, de steilte regelmatig toenemend van den voet naar den top, zoodat de zijden ingedeukt lijken; die mantel doorgroefd met ravijnen, boven smal en diep, naar beneden breeder en vlakker verloopend; soms zich vereenigend, elders zich splitsend. Naar het Oosten blauwt de groote laagvlakte, die door gezichtsbedrog schijnt te rijzen naar de richting van de Straat van Malaka. In het Westen is soms een doorkijk naar den Indischen Oceaan vergund. De rivieren ziet men glinsteren in lachende, zonnige dalen; bewoonde, maar o, zoo eenzame en afgesloten oasen in de bergenwoestenij; of ze woelen zich door nauwe donkere dwarsdalen, waar het oog hen niet kan volgen. Waar, vraagt men zich af, vinden zij een uitweg? Zullen zij ten slotte naar de Oost- of de Westkust hun water voeren?


Gebruik der namen van bergen.

De Maleier kent de bergen als kegels—de vulkanen—, en als reeksen of ketens—, de barisan. Het woord baris beteekent „rij" of „reeks", „barisan" is bij hem geen eigennaam voor één hoofdreeks van bergen, maar een soortnaam.

Lagere, alleenstaande bergen, zooals de bodemstukken, welke na wegspoeling van den omringenden grond zijn blijven staan, noemt hij „boekit"; een hoogen rivieroever of een plateaurand „tebing"; eene vlakte „padang"; een kustmoeras „ratoang"; een ander moeras, een poel „paja"; een dal „lembah"; een nauw dwarsdal „loerah".

De eigennamen van de bergen geven soms ook heel wat moeite. Ga maar niet, om u te oriënteeren, aan de Inlanders de namen der hen omringende bergen vragen en die vergelijken met de namen op uw kaart. Voor complexen van bergen, naar hun ligging of hun ontstaan bijeenhoorend, zal men van hen geen naam hooren. Orographische of geologische eenheden kent hij niet. Daarentegen noemt hij voor afzonderlijke toppen of topjes tal van namen, die in den regel blijken de namen te zijn van nabijgelegen dorpen, van den kant van zijn woonplaats gerekend. Aldus kan het u overkomen voor één berg verschillende namen te hooren al naar de hemelstreek