Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/348

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

278

in verband waarmede het kapitaal der Bataafsche tot ƒ 140 millioen werd vergroot.

Volgens die overeenkomst zou de Dordtsche blijven exploiteeren op Java en als verkoopster optreden van alle producten der Koninklijke-Shell-combinatie op Java.

In 1915 is de Standard Oil Company, de groote concurrente der Koninklijke, begonnen met op Noord-Sumatra petroleum te verkoopen.


Tegenwoordige stand van het bedrijf.

Welk een omvangrijk bedrijf de petroleum-ontginning in Ned.-Indië geworden is, moge blijken uit de volgende cijfers voor einde 1913:

De Bataafsche had in dienst 859 Europeesche employé's; 23 270 Javaansche en Chineesche koeli's; zij bezat 754 woningen voor Europeanen, 360 groote gebouwen voor woningen van werklieden-gezinnen en 260 voor ongehuwde werklieden; 13 hospitalen, waaraan 13 geneesheeren werkten; 19 sociëteiten; 17 tennisbanen; 4 kegelbanen; 7 voetbalterreinen; 13 bioscopen; 1562 K.M. pijpleiding; 1 millioen M3 opslagruimte voor ruwe en afgewerkte oliën; 16 verwerkingsfabrieken; 6 fabrieken voor verpakte producten; 2 voor het maken van emballage; 234 destilleerketels; 132 vastelands-stoomketels; 480 verplaatsbare stoomketels; 130 steamlaunches en 190 tankspoorwagens.

Van de totale productie der Bataafsche in 1913 kwam 24,8% van de administratie Pangkalan Brandan, 17,3% van Pladjoe (dus 42,1% van Sumatra); 45,4% van Oost-Borneo en 12,2% van Oost- en Midden-Java.

Op Sumatra zijn nu raffinaderijen te Pangkalan Brandan, te Pladjoe en Bagoes Koening; fabrieken voor blikken te Pangkalan Soesoee (die 10 000 blikken daags maakt), en te Pladjoe; fabrieken voor kisten op dezelfde plaatsen; eene afscheepinstallatie te Pangkalan Soesoe, waar sedert 1913 de geheele afscheep van de Noord-Sumatra-olie geschiedt en waarheen de olie-producten door eene buisleiding van de raffinaderij worden geleid.

Pangkalan Brandan verwerkt ook nog ruwe petroleum uit Perzië