Pagina:Land en volk van Sumatra (1916).djvu/50

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

28

ziet men uit het nog werkzame kraterdeel voortdurend waterdamp en rook opstijgen. Op ongeregelde tijden heeft zij eene heftige uitbarsting, meestal voorafgegaan door een krachtigen aardschok met een zwaar kanonschot, tot tientallen kilometers in den omtrek voelen hoorbaar.

De rug Merapi-Sago is 1100 M. hoog. Zeer steile wegen leiden van de halten Baso en Piladang in de vlakten van Agam en Pajŏkoemboeh naar den rand en vereenigen zich te Tabat Patah (1030 M.), vanwaar een schoone en breede weg afdaalt naar Fort van der Capellen. Het uitzicht van Tabat Patah op genoemde vlakten en van dezen weg op Sago en Merapi is verrukkelijk.

De Sago is een uitgedoofde, drietoppige vulkaan. De hoogste top is de Goenoeng Malintang (2260 M.). Hij draagt zijn naam, die „overdwars" beteekent, terecht met het oog op de richting van den weg Fort van der Capellen-Boeŏ-Pajŏkoemboeh, welke weg om den berg heen moet draaien.

De krater van de Sago ligt open naar het Z.O. en vergunt daardoor een blik in hare inwendige structuur.


Wegen.

Laatstgenoemde weg, door het dal van de Si Namar, heeft een zijtak naar het veer over de Oembilin bij Tandjoeng Ampaloe en verder naar Sidjoendjoeng. Van dit veer af loopt ook een weg naar Padang Siboesoek, aansluitend aan den grooten weg van Solok, door het nauwe dal van Siloengkang over halte Moeara Kalaban (vanwaar nu ook een weg wordt gemaakt over de steile afsluiting van de bergkom, waarin Sawah Loento ligt, evenwijdig aan den tunnel) naar Sidjoendjoeng. Om van deze plaats naar de halte Moeara Kalaban te komen, kiest men veelal liever den omweg over Tandjoeng Ampaloe dan den rechtstreekschen weg, omdat er in het eerste traject een brug ligt over de Palangki (rechterzijrivier der Oembilin), terwijl men langs den korten weg de Palangki over een zeer lastig veer moet passeeren.

Vermelden wij nu nog, dat een mooie, breede weg loopt van halte Koeboe Krambil (bezuiden Padang Pandjang) naar Fort van der Capellen, en een moeielijke van halte Oembilin naar dezelfde plaats,