Pagina:Multatuli - Minnebrieven.djvu/38

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


— Zeer goed, riep de man, met eene buiging.

En de meisjes zongen toen heel iets anders. Maar zij hebben mij beloofd dat lied te leeren, en ook dat van de twee nachtegalen, dat ik zoo gaarne hoor.

Maar betaleu kon ik niet, en ik zei dat ik geen geld had.

— Maar... mijnheer, ik dacht dat u een prins was,...

— Dat ben ik ook,... maar onttroond voor 't moment, ... ik ben prins in buitengewone dienst...

— Zou 't de koning van Napels wezen? fluisterden de meisjes die gezongen hadden.

Ik gaf een bon op de schatkist van Insulinde. Daarop ging ik naar huis, en verdiepte mij in 't volgend voorstel:

„Welke waarschijnlijkheid is er dat een .bal een bepaald punt zal treffen op „eene muur die..."

n

O, die waarschijnlijkheid! Hadt gij't voor waarschijnlijk gehouden, dat zij een meisje was? Had Lob at t o dat kunnen berekenen? Ik zal hem een voorstel opgeven:

„Gegeven iets dat op mij dien indruk „maakt, w elke waarschijnlij kjh e i d is er „dat dit „iets" lakens uit elkander „trekt?"

Kunt gij dat uitrekenen, beste Tine? Kus Max en Nonnie, en zend mij tien franken, als gij die hebt.

P. S. Ik krijg daar weer een brief van haar,... weer door een kruijer, die een dubbeltje vraagt. Ik wil niet lezen wat ze schrijft. Duld geen poësiein Max. A is A, — B is B,... wat daarboven ligt, of daarbuiten, is uit den booze.