Pagina:Multatuli - Minnebrieven.djvu/39

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen


Och, ze is een meisje! Ik zal voortaan u alleen liefhebben, als 't u niet te lastig is.

Ik zend u haar brief, ongeopend. Lees als ge wilt, maar zeg er mij niets van. 't Is uit, onherroepelijk uit!

Tlaae.

Hierbij tien franken, en Fancy's brief dien ik gelezen heb.

Ga tot haar, en vraag vergeving. Dat moet ge doen, dat zult ge doen. Gij kunt niet leven zonder Fancy. H&tr afwijzen is zelfmoord, Max!

Ik maak haast om de tien franken. Geef die aan de meisjes, die voor u gezongen hebben, en laat ze den bon op Insulinde maar houden bovendien.

O, de Péne heeft gelijk,... c'est un emploi assezdiffi- cile que d'être la femme d'un poëte ...

Want tbch zij t ge een dichter, Max, al wilt ge 't niet weten, ... nu, nu, ik klaag niet, en ik zal 't niemand zeggen. Wanneer komt ge eens weer hier, om mij te slaan? Maar Fancy gaat vóór, dat beken ik. Zonder mij zoudt ge kunnen leven, zonder haar, ... nooit! Dag lieve, dwaze, ondeugende dichter.

Max, ik heb u lief! Uw schrijven heeft mij diep gewond, maar ik wil, ik wil de uwe zijn, — geheel en al!

Toen ik uwe geschiedenis las, — o, nu weet ik dat het maar een klein deel was van uwe geschiedenis, —