Pagina:Noodlot.djvu/118

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd
117

plek, waar hij het verwachtte, deed hem vloeken en woest stampvoeten...

Op twee brieven, op twée brieven, antwoordde zij niet! En hij kon er geen oorzaak voor vinden, in zijne heete verwachting, waarin het natuurlijkste, het meest logische hem toescheen, dat zij dádelijk zoû hebben geantwoord! Toen leefde hij slechts van wachten. Het moest komen; het kón niet anders of het moest komen! In zijne hersens was alleen dit: nu komt het, vandaag komt het... Verder was zijn leven éene groote leêgte, en toch, geheel en al te vullen door een brief. Zoo was het iederen dag het zelfde.

— Ik heb nog geen antwoord van Eve, sprak hij dan deêmoedig tot Bertie, als voelde hij zich vernederd, beschaamd om haar stilzwijgen, bespot door zijne teleurgestelde hoop.

— Niet? vroeg Bertie zacht en over den fluweelen nacht zijner oogen trok een vocht glanzig waas van weemoed. Zwaar lag hem een gewicht op de borst; diep hijgend haalde, regelmatig, zijn adem. Troosteloos ongelukkig voelde hij zich. Het was zoo vuil wat hij gedaan had. Maar het was de schuld van Frank: waarom had die zijne liefde niet kunnen vergeten na de scheiding, waarom vond die niet genoeg troost in de zoetheid hunner herleefde vriendschap? Wat ware het heerlijk geweest innig gelukkig als vrienden steeds samen te zijn, steeds samen te leven in een kalm kuisch blauw van broederlijkheid, in de gouden extaze hunner sympathie, zonder vrouwen... Zoo dweepte hij, willens en wetens zijn vriendschappelijk, meêlijdend gevoel voor Frank op-