Pagina:Noodlot.djvu/33

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

32

vergeving voor hare geleerdheid van zooeven. Hij begreep er uit, dat er niets van eene blauwkous in haar stak, al scheen dit ook om hare deftigheid van zooeven, en hij was zeer verstoord op zichzelven, dat hij had moeten bekennen niets van Spencer te weten; wat zou zij hem dom vinden!

Maar het was een oogenblik, waarop de bekoorlijkheid hunner omgeving hen zoo omtooverde, alsof zij zich in een magnetischen cirkel van sympathie bewogen, waarin vreemde wetten die der gewone natuur overheerschten, iets electrisch snels en etherisch luchtigs...

Bij het bestijgen van het kronkelend bergpad, bij het zich doortocht banen tusschen de lage kreupelsparren, waarvan het loover in de zon glinsterde als verlakte, groene naalden; bij het inademen dier ijle, bedwelmende lucht, droomde Frank zich, dat hij haar lang kende, dat hij járen geleden haar voor het eerst aan een table-d'hôte gezien had, te Drontheim... Sir Archibald en Bertie, achter hem, waren ver weg, op mijlen afstands, louter herinnering... Eve's stem huwde zich aan de zijne in eene harmonie van klank, als ware hun telkens hortend gesprek over wat kunst en letterkunde een tweestemmig lied, dat zij beiden zuiver zongen, en Frank erkende vrijmoedig, dat hij weinig las en, wat hij gelezen had, zich nauwelijks heugde. Zij beknorde hem schertsend en haar helder klinkend geluid verschrikte telkens een vogel, die uit het hout wegwiekte. Hij voelde iets in zich vernieuwen en gezond worden, en hij had zijne armen willen openbreiden om de lucht te omhelzen!