Pagina:Noodlot.djvu/64

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

63

zoo gewend aan Bertie... En Bertie mag het toch ook niet merken, dus ik blijf heel vriendelijk tegen hem... Neen, neen hoor, vriendelijk blijf ik tegen hem! Gekke jongen, die je bent! Ik heb nooit geweten, dat je zoo dwaas kon zijn!

En zij schaterde helderder dan ooit, terwijl zij, in hare verliefde vroolijkheid, zijn hoofd heen en weêr schudde, hare beide kleine handen warrend in zijn dik haar.


——————

V.


Frank was Bertie in den laatsten tijd als een lastpost gaan beschouwen. Hoewel hijzelf niet begreep waarom, zag hij zijn vriend ongaarne met Eve samen en door hunne intimiteit kwam dit bijna dagelijks voor. Daarbij had Eve het goed voorzien, dat zij zeer moeilijk zich tegen Bertie anders kon gedragen dan zij tot nog toe gewoon was geweest te doen. Intusschen, Bertie moest het dulden, dat Frank zeer koel tegen hem werd. Na eene escapade van drie dagen was deze koelheid duidelijk gebleken: Frank, die gewoonlijk na zulk eene geheimzinnige vlucht nieuwsgierig uitvroeg, waar Bertie toch gezeten had, vroeg ditmaal... niets. En Bertie beloofde zichzelven, dat deze escapade de laatste zoû geweest zijn.

Daarna was het gesprek gekomen, waarvoor Bertie zoo gevreesd had; op een vertrouwelijk oogenblik had Frank gesproken over zijn aanstaand huwelijk en zijn vriend gevraagd wat hij van plan was hierna te doen.