Pagina:Ornithologia Neerlandica 1.djvu/67

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
25
 
Orde COLYMBIFORMES.
Familie COLYMBIDAE.
 

N°. 8.

Colymbus stellatus (Brünnich).

DE ROODKEELZEEDUIKER.

Plaat 11: oud ♀ en ♂ in overgang.
Plaat 12: oud ♂ in winterkleed en jong ♂.

 

Colymbus stellatus, Brünnich, Orn. bor. 1764, p. 39. Van Oort, Notes Leyden Mus. XXX, 1908–'09, p. 133.

Colymbus septentrionalis, Temminck, Man. d'Orn. 1815, p. 602. Id, id. 2e éd. II, 1820, p. 916, IV, 1840, p. 572. Schlegel, Vog. van Ned., 1854–'58, p. 502, pl. 269. Id. Nat. Hist. van Ned. Vog. 1860, p. 198, pl. 27, fig. 3, 4 en 4a. Snouckaert van Schauburg, Avif. neerl. 1908, p. 136.

Urinator septentrionalis, Albarda, Aves neerl. 1897, p. 113.

Gavia stellata, Snouckaert van Schauburg, Jaarber. no. 5 Club nederl. vogelk. 1915, p. 110.


Nederlandsche volksnamen: Roodhalzige zeeduiker, Hannie. Friesch: Iisdûker (de Vries).

Engelsch: Red-throated diver.

Duitsch: Nordseetaucher.

Fransch: Plongeon catmarin.

 

Beschrijving. Oud ♂. Voorhoofd, zijden van den kop en van den hals, kin en bovenste gedeelte van de keel grijs; vederen van den bovenkop zwart met grijze randen, die van den achterhals zwart met witte randen; bovenzijde olijfkleurig zwartgrauw, iedere veer met twee kleine witte vlekjes, die, hoe verder het kleed afgedragen is, meer en meer verdwijnen; voorhals roestbruin; vederen aan de zijden van het lichaam zwart met witte randen; onderzijde wit; vleugels en staart bruinzwart; de laatste met min of meer duidelijke witte vederranden; ondervleugeldekvederen wit. Iris roodbruin; snavel blauwzwart; pooten aan de buitenzijde olijfkleurig bruinzwart, aan de binnenzijde en middengedeelte der vliezen vleeschkleurig wit. Vleugel 255–300, snavel 44–58, loopbeen 67–85 mm.

Oud ♀. Niet te onderscheiden van het oude ♂.

Winterkleed. Voorhoofd, bovenkop en achterhals grijs; bovenzijde bruinzwart, iedere veer met 2 kleine witte vlekjes; wangen, keel, hals, halszijden, onderzijde van het lichaam en ondervleugeldekvederen wit; slagpennen bruinzwart; staartpennen bruinzwart met witte uiteinden. Iris roodbruin; snavel grijs met donkeren rug; pooten aan de buitenzijde olijfkleurig bruinzwart, aan de binnenzijde en de vliezen grijswit.