Pagina:Plantenschat - inleiding tot de kennis der flora van Nederland (1898).djvu/19

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

— 4 —

Boschanemoon. — Anemone nemorosa.

In den Haarlemmerhout vindt men de Boschanemoon slechts op een paar plaatsen in eenige hoeveelheid en ook in het Haagsche Bosch wordt zij hoe langer hoe zeldzamer; het schijnt wel, dat zij zich van de zee retireert, want op de hooge zandgronden van Gelderland komt zij nog veelvuldig voor. Wij vonden aan verschillende kanten van Lochem overvloed van Anemone nemorosa, zoo was Ampsen's grond er hier en daar sierlijk mee getooid en elders, aan de sloot van een aardig zandwegje, groeiden deze Witte met de Gele anemoon zusterlijk bijeen. Het was een welkome aanblik, want in Frieslands zuidoosthoek hadden wij er zoo dikwijls 's voorjaars te vergeefs naar gezocht en nu stonden ze in 1897 in 't zonnetje van den 4den April in vollen glans te stralen. Wij dachten aan Florentijns regels:

De boomen traag ontwaken,
Nog arm zijn aan blad en zang;
Maar aan hun voet is 'tal zomer,
Is 't feest al in vollen gang!

       

Wie nu den hemel wil vinden,
Die richte zijn blikken ter aard!
Daar staat hij, de jonge zomer,
In zijn anemonengaard.

Met wat eenvoudige hulpmiddelen bereikt dit plantje een grootsch resultaat! Het heeft één krans van gekleurde blaadjes slechts, de kroon ontbreekt, een kelk alleen is hier aanwezig; het heeft geen rijk bebladerden stengel, geen wortelbladeren zelfs en slechts één bloempje aan den bloemsteel, die opschiet van uit een krans van drie groote schutbladen aan zijn voet. Dat is alles, behalve den langen tengeren kruipenden wortelstok, die verborgen blijft. Maar met dit weinige wordt een heerlijk effect teweeggebracht. De zes witte kelkblaadjes zijn aan de achterzijde met verrukkelijke rose tinten overtogen en laten die kleur ook naar boven doorschemeren; de massa meeldraden met hun gele helmknoppen doen aan een wild roosje denken; zij omgeven een menigte stampers op een kegelvormigen bloembodem. Aan doornen echter, zooals bij de roos, denkt men bij de boschanemoon allerminst; de drie handvormige bladen aan den voet van den bloemsteel, samen een omwindsel vormend, zijn met hun steeltje, dat half zoo lang is als zij zelve, en hun blaadjes met de gezaagde slippen alle zacht behaard, een zeer mooi voorjaarsgroen vormend voor dit heerlijk lentebloempje.

Plantenschat 1898-paginadecoratie 16.png