Naar inhoud springen

Pagina:Plato's Verdediging van Sokrates.pdf/15

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

dat zijn de gevaarlijke aanklagers, want de hoorders meenen, dat zoekers van dien aard ook aan de goden niet gelooven. Dan zijn die aanklagers vele in getal en langen tijd reeds aan het werk en daarbij vatten zij u aan in dien leeftijd, waarin ge het best van vertrouwen waart, als kinderen, sommigen uwer ook als knapen, en zoo konden zij geheel en al ongestoord kwaad spreken, zonder dat er één verdediger was. En wat het dwaasste van alles is, niet eenmaal kan men hun namen vernemen, behalve dan als er een komediedichter onder is. Zoovelen er nu uit nijd en lasterzucht u bepraatten, en zoovelen ook, zelf bepraat, weer andren bepraatten, die allen nu zijn het moeilijkst te grijpen: want niemand van hen kan ik hierheen oproepen en weerleggen, maar gedwongen ben ik geheel en al als tegen een schaduw te vechten en zóó te spreken en zóó te weerleggen, terwijl niemand antwoordt. Neemt dus ook gij aan, dat zooals ik zeg, mijn aanklagers tweeêrlei zijn: de eenen, die mij zooeven aanklaagden, de anderen, die het reeds lang deden, en die ik thans noem. Wilt ook gelooven, dat ik tegen dezen het eerst spreken moet, want hen toch hoordet gij ook het eerst mij aanklagen, en veel erger dan die lateren thans.

Welaan, thans de verdediging, o mannen Atheners, en de poging u de lastermeening te ontnemen, die ge zoo langen tijd hadt, en dat wel in zóó korten tijd. Gaarne wilde ik, dat dit gelukte, indien het beter is èn voor u en voor mij, en ik wat goeds bereikte door mijn verdediging, doch ik houd dat voor lastig en verheel mij geenszins, hoe het daarmee is. Maar toch, dat ga, gelijk den god behaagt, maar ik moet aan de wet gehoorzamen en mij verdedigen.

3. Gaan wij dan van den aanvang af na, welke de beschuldiging is, waaruit de laster ontstond, en waarop ook Meletus steunend met zijn aanklacht mij hier bracht. Welaan; met welke woorden lasterden de lasteraars? Als waren zij inderdaad aanklagers, zóó moet ik hun aanklacht voorlezen.