Pagina:Publications de la société d'archéologie dans le duché de Limbourg, volume 1 , 1864.djvu/78

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

CHRONIJK

VAN

MAASTRICHT EN OMSTREKEN.


Het handschrift, waaruit wij deze chronijk putteden, telt 80 bladzijden in-12° en is in het begin der XVIde eeuw, op zwaar papier, met nette, duidelijke, maar ongekunstelde letters geschreven. Het begint in 1266 en eindigt in 1517. De zamensteller, die sedert 1480, met de meeste der door hem vertelde feiten persoonlijk schijnt bekend te zijn, komt mij voor als hebbende te Maastricht gewoond en was ook te Geul niet vreemd. Zouden wij den vlijtigen rektor der kloosterscholen van St-Servaas, Matheüs Herben, die destijds te Maastricht leefde en schreef, als den vervaardiger van dit boekje mogen veronderstellen?

Van af het jaar 1504 tot 1517 verwaarloost de schrijver de chronologische volgorde en spreekt achtervolgens over de jaren 1496, 1508, 1509, 1510, 1512, 1517, 1509, 1504, 1505, 1506, 1507 en 1508. Tot meerder gemak der lezers hebben wij de natuurlijke volgorde hersteld. Ook hebben wij, om de eenvoudige reden, dat zij ons den druk niet waard schenen, die zaken van algemeene bekendheid weggelaten, welke den tekst niet toelichten en overigens in alle geschiedboeken te vinden zijn.

Dit schrift werd bij de boekenveiling van wijlen den kundigen naspoorder onzer Maastrichtsche oudheden, Martinus Heilerhof, in eene mand scheurpapier verkocht en kwam in handen van den Heer F. Quaedvlieg, te Val-