Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/105

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 93 )



DERTIENDE BRIEF.

 Waarde Vriend!

Nu iets van Gemert, alhoewel het in den eigenlijken zin niet tot de Majorij behoort. – Gemert is eigenlijk eene vrije Rijks-heerlijkheid, waar voorheen (thands is het in de magt der Franſchen) een Landcommandeur van de Duitſche Order het hoogst bewind bezat. – In het jaar 1662 wierd dit Dorp door Hun Hoog Mog. verkocht voor de ſom van 40,000, mits dat de Landcommandeur den Hervormden eene Kerk enz. zou bezorgen, dat hij 'er een Predikant en Schoolmeester aan zou ſtellen, doch dat dezelve door de Hoog Mog. zouden worden goedgekeurd; dat de Hervormden aldaar volle vrijheid van Godsdienst zouden hebben; dat 'er geene Kloosters mogten weezen, en dat de Inwooners het recht van Appèl in 's Bosch hadden, zoo dat Gemert wel niet eigenlijk tot de Majorij hoort, doch de Hoog Mog. hadden 'er evenwel veel te zeggen. Wegens deeze overéénkomst hadden Roomſchen en Hervormden hier de volle vrijheid, om elk in het zijne zijnen Godsdienst vrij en onverhinderd, zoo als hij goedvond, uit te oeffenen. Nergens plagt de Roomſche Godsdienst met meer pracht en bijgeloovigheid uitgeöeffend te worden dan hier, doch thands is dit wegens de Franſchen geheel veranderd, geen Godsdienst mag 'er meer

op