Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/106

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 94 )

op ſtraat worden uitgeöeffend, of eenige plechtigheid vertoond, die daaröp betrekking heeft. – Laat ik U hier eens eene ſchets geeven hoe het hier met den Roomſchen Godsdienst gelegen was: Overäl zag men langs de ſtraaten een beeld van eenen zoogenoemden Heiligen of een Kruis ſtaan. De Priesters gingen hier altijd in hunne Miskleederen over ſtraat, als zij naar de Kerk of naar eenen zieken gingen, met het Venerabile in de hand, alles knielde voor dezelve. Op zommige dagen geſchieden herwaards, of eigenlijk naar de Lieve Vrouw van Haandel (Haandel is eene Buurtſchap van Gemert, en het Maria-beeld aldaar weinig minder beroemd dan dat van Kevelaar of Scherpenheuvel) Bedevaarten uit alle Dorpen van de Majorij, het Land van Ravenſtein, Opper-Gelderland, Kleefsland enz. 'er vloeiden dan eenige duizende menſchen naar toe, zelfs heb ik 'er, toen ik voor eenige jaaren een gedeelte der Majorij en ook Gemert zag, eene geheele Bedevaart van Rotterdammers en ook andere Hollanders gevonden. Men hield 'er dan plegtige Omgangen of Procesſien, doch die allergodlasterlijk en aklig om te zien waren. Zie hier mijn Vriend! de wijze, hoe zich dezelve toedroegen. – Een man, die een Kruis in de hand droeg ging vooräf, onder het roepen van eenige woorden, die ik niet verſtond, doch denklijk om de komst der Procesſie aantekondigen, de klokken wierden geluid, en ieder die in huis was, begaf zich op de ſtraat; dan volgde den geheelen trein, beſtaande uit eene groote menigte van mannen, vrouwen en kinderen, welke alle zongen of baden ter eere van Maria. Eenige

meis-