Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/108

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 96 )

dan als eene kermis; de huizen zijn alle verſierd met groene takken, de herbergen zijn opgepropt met volk, men danst en ſpringt 'er lustig, men zuipt om te ſcheuren, en ook pleegt men 'er veele ſlechtigheden. Welk een ſamenmengſel onder elkanderen! Bijgeloof, eerbied, Godsdienst, danzen, zuipen enz. De man, die het Kruis ſleepte, moest, ſchoon het een moeilijk werk is, dit voorrecht nog wel van den Priester koopen, en geen wonder, want het geeft eene bijzondere eer, heiligheid en vergeeving van zonden. Bij het herdenken deezer bijgeloovige plegtigheden mag men wel met den Heidenſchen Dichter Persius uitroepen:

O curvæ in terras animæ, et coeleſtium inanes!

welken regel van Persius ik ergens dus zeer ſchoon omſchreeven vinde:

"Verblinde zielen! die u laag naar de aarde kromt,
En ledig zijt van 't goed, dat uit den hemel komt!!"

Thands hebben deeze ſchandelijke Omgangen geene plaats meer, wijl zij door de Franſchen verbooden zijn, echter gaan nog veele Majorijënaars in ſtilte aldaar Bedevaart houden, dit, dunkt mij, moest verhinderd worden, wijl hierdoor veel gelds uit het land word gebragt, veel tijds verkwist en het dom bijgeloof en haat 'er door word aangeſtookt.

Gemert is een zeer groot en ſchoon Dorp, doch het heeft voor weinige jaaren zeer veel geleeden

door