Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/115

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 103 )

eindelijk te Amſteldam dienst nam als jongen op een Oorlogſchip, waaröp hij zich zóó braaf gedroeg, dat hij daarna één der beste Kapiteins onder den grooten M. de Ruiter wierd. Dit geval leest Gij omſtandig in Martinet's veréénigd Nederland. Ik was zeer nieuwsgierig, om zijn grafſchrift, door den Vader der Nederlandſche Dichters, Vondel, vervaardigd; te leezen, en ik vond boven zijn graf in de Kerk, op eenen blaauwen zerk, dit tienregelig vers:

Hier rust de eer der Amſtelbeeren,
Die Turken won, en ook den Zweed;
Hielp met kracht de Funen keeren,
En Gustavus Zeemagt ſleet.
Tromp de band bood tweepaar dagen,
In den flag met Brittenland
Zwaar gewond, maar nooit verſlaagen
Stierf voor de eer van 't Vaderland.
Loof dien vroomen Zee–beſchermer!
Schrijf zijn naam in duurzaam marmer!

Ik was ook zeer begeerig, om zijne ouderlijke wooning, waaröp hij de bezemen, ten teken, dat hij de Zee gezuiverd had, plaatſte, met eene ſoort van eerbied te beſchouwen, doch niemand wist mij zulks, ſchoon Martinet zegt, dat 'er dat huis nog ſtaat, te berichten; ik zag hier dus weder bewaarheid: De Majorijënaars zijn niet berekend, om deugd, braafheid en dapperheid in hun geheugen te verëeuwigen. Dit ſtond mij, ge-

lijk
G4