Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/125

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 113 )

Doch de kundige Huydecoper wil hier niet het Dorp Bladel in de Majorij, maar eene zekere Bladoldi villa in liet land van Beauvais verſtaan hebben, ſla mijn Vriend! eens zijne aantekeningen over het eerſte boek van Stoke op, en zie dan, wie gelijk heeft, want ik zal dit verſchil niet beſlisſchen. Bladel verlaatende, wandelde ik eenige kleine en ellendige Dorpjens door, waar ik mij, wijl ik 'er niet merkwaardigs aantrof, niet ophield, want deeze ſtreek is de dorſte en armſte ſtreek, ten minſten zoo kwam het mij voor, van de geheele Majorij; eindelijk, na deeze aklige plaatsjens doorgewandeld te hebben (ik zal U derzelver naamen niet noemen, Gij zoudt 'er toch niets aan hebben), kwam ik te Oorſchot. Hier vertoonde zich een geheel ander tooneel. Een prachtig Dorp het welk zeer uitgeſrekt is, overäl beplant met allerlei ſoort van boomen en houtgewas, en dus zeer ſchoone Wandeldreeven opleverende. Het praalt met eene der ſchoonſte Kerken in de Majorij, en de tooren is de hoogſte, ſchoon hij zonder ſpits is, die men in de Majorij aantreft, in de ſchoonheid van bouwörde wijkt hij ook voor weinigen. Het Kasteel van dit Dorp ligt zeer vermaaklijk bij het riviertjen de Beerſe. Men vind 'er ook eene Kapel, welke men thands gebruikt, om op de Marktdagen 'er de boter in te weegen. De wandelingen, die ik hier deed, bevielen mij uitmuntend, gaarne zou ik hier langer gebleeven hebben, dan een dag of twee, om eens alles naauwkeurig te beſchouwen, doch ik kon niet, deels – wijl de tijd, die ik aan mijne

rei-
H