Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/147

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 135 )

zijn. – Ik heb hier een klein Boekjen gezien, waarin men zijn geheel leven beſchrijft; hij word in hetzelve Ahasuërus, zijnde een Schoenmaker van handwerk, genoemd. Bij andere Schrijvers draagt hij, gelijk Gij weet, den naam van Joseph of Kartaphilus, ook wel dien van Johannes Buttadeus. Dan genoeg! – ik wil deezen Wandelaar maar laaten wandelen door de domme hersſenen der ligtgeloovige bijgeloovige RoomſcheMajorijënaars. – –

De haat, dien de Roomſchen den Hervormden toedraagen, grond zich niet alleen op de domheid, bijgeloof en dweeperij, welke geweldig ſterk zijn in de Majorij, gelijk Gij uit mijne brieven gezien hebt, maar hij word ook nog daarenboven zeer ſterk aangevuurd door de zoogenoemde Martelaars-boeken, welken men hier en daar aantreft. – Ik heb 'er gezien, waarin men de ijslijkſte martelingen door de Geuzen den Katholijken aangedaan, ſchoon alles niet anders dan enkele leugens, die men voelen en tasten kon, waren, op eene onbeſchaamde wijze niet alleen beſchreef, maar ook dezelve in bijgevoegde plaaten zóó wreed afbeelde, dat men 'er medelijden mede moest hebben op de enkele beſchouwing derzelve, wanneer zij waare gebeurenisſen afmaalden. Hoe kan het dus anders, of het dom bijgeloof, dat alles voor goede munt aanneemt, wanneer het maar te Antwerpen of op eene andere Roomſche plaats gedrukt is, moet door zulke leugenächtige ſchriften geweldig tot haat tegen de Proteſtanten