Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/15

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

( 3 )

ren), welke Boeken Gij uwe lieve kleinen eens in handen zult geeven, want van het leezen in onze jeugd (ik ſpreek uit eigene ondervinding) hangt zeer veel af, ten opzigte van onze gemoedsneigingen, in eenen meer gevoorderden ouderdom. – Maar verder. – Is deeze ſtelling waarheid; zouden Ouderen dan hunne Kinderen niet veel gemaklijker, tot de eene of andere zaak, kunnen opleiden? zouden zij niet meer genegenheid tot de eene of andere handteering en leeröeffeningen, in hun kroost kunnen doen gebooren worden, indien zij hunne telgen juist Boeken, die over zulk eene zaak, (de Boeken moesten dan naar de vatbaarheid der jeugd in eenen aanlokkenden ſtijl geſchreeven weezen), waartoe men hen wilde opleiden, handelden, in handen gaven; en wen de Ouderen dan hieröver met hunne kleinen van tijd tot tijd ſpraken, en met die Boeken medewerkten, ô dan kon het niet misſen, of zij zouden een Kind kunnen opleiden, waartoe zij wilden, en ..... Dan – waar dwaal ik heenen? ik ſchreef u over mijnen trek tot reizen, en ben nu al bezig over de Opvoeding der Kinderen; als ik zoo voordſchrijf, kom ik nooit teneinde, derhalven weêr op het oude ſpoor. – – Een niet ruim beſtaan heeft mij verhinderd, om mijne genegenheid te kunnen bot vieren; nu wil ik evenwel een klein reisjen beginnen in de Majorij van 's Bosch, (voor eenige jaaren zag ik een gedeelte van die Landſtreek, en zij beviel mij nog al taamlijk), want deeze reize heeft nog nooit iemand in dat Land met opzet ondernomen. Morgen denk ik te vertrekken, en alles wat mij ontmoet, zal ik

U,

A2