Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/154

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
( 142 )

raaken, geen ééne zou 'er meer in de Majorij over moogen blijven. – Men zou alle Geuze Ambtenaars afzetten en oprechte Katholijken aanſtellen. – Men zou den Roomſchen Godsdienst in alle zijne koleuren moogen uitöeffenen, want een Land, door Ketters (Geuzen) bewoond, kan nimmer gelukkig zijn. Alles valt dus tegen de verkeerde denkbeelden, die men zich gevormd had, uit. – Vraagt men iemand, hoe het thands gaat, dan is terſtond zijn antwoord: "Hoe zou het gaan? het is nog niets beter dan van te vooren, wij moeten nog net even veel betaalen."

Hier ziet Gij uwe vraagen, die Gij mij deed, (ten minden zoo veel ik mij kan herïnneren) beäntwoord, nu wil ik 'er nog het een en ander bijvoegen.

In de Majorij zou veel te verbeteren vallen, als men alles op de regte wijze aanlegde. – Men kon belastingen, die drukkend en onbillijk zijn, afſchaffen en anderen, minder nadeelig voor het gemeen, inſtellen, bij voorbeeld: bijna ieder een moet betaalen in de dranken, gelijk men het daar noemt, dat is: ieder Dorp weet, hoe veele belastingen het jaarlijks moet opbrengen voor het gebruiken van Bier, Wijn, enz. deeze ſom word dan door de plaatslijke Regeering verdeeld over de Ingezetenen; dus betaalen 'er veelen in die ſom, welke nooit geen Wijn of Bier gebruiken.

De lasten op noodzaaklijke dingen, die men niet ontbeeren kan, moesten of geheel worden afgeſchaft, of ten minſten, zoo veel mooglijk, ver-

min-