Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/51

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 39 )

ben zeer kwalijk gedaan, dat zij zich van de H. Kerk geſcheiden hebben, want ſchoon ik veele dwaasheden in onze Kerk afkeur, en alle bijgeloovigheden in het geheel niet toeſtem, wijl zij verbittering en beſpotting baaren, zoo beklaag ik nogthands de Gereformeerden, dewijl zij niet willen gelooven, dat 'er buiten onze Kerk geene zaligheid is, zij willen dit niet begrijpen of inzien. – 'Er zijn maar weinige ſtukken, waarin zij ons gemaklijk konden bijvallen; als zij die ſtukken, welke noodzaaklijk zijn, en buiten welke geen mensch kan zalig worden, toeſtemden, dan was alles gevonden, naamlijk: de verandering van het hoogwaardig Sacrament des altaars – de onfeilbaarheid van onze H. Kerk – en dat de Paus van Romen het opperhoofd der Kerk is." – – Nu kon ik het niet langer uithouden, maar viel hem driftig in zijne rede, ſchoon ik moet bekennen, dat een Coffiehuis de plaats niet is, om over den Godsdienst te twisten, doch wij zaten alleen afgezonderd, en niemand luisterde naar ons. – Ik antwoorde dus met eenige drift: "De Tranſubfſtantiatie is een ſtuk, dat tegen alle zintuigen ſtrijd, en nog door de gezonde reden, nog door den Bybel kan beweezen worden, daarenboven is de Tranſubſtantiatie eene uitvinding der IXde Eeuw van Paschasius Radbertus, voor dien tijd wist men niets van zulk een gedrochtlijk gevoelen. – De Roomſche Kerk beſtaat uit feilbaare menſchen, en zij zou onfeilbaar zijn; de

"dee

C4