Pagina:Reize door de majorij van 's Hertogenbosch.djvu/74

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 62 )

Tempelieren; de Ridders van Maltha bezitten hier nog eene groote boeren hoeve en eenige landerijën. – De Roomſchen eiſchen op deeze Dorpen ook de Kerken der Hervormden, ſchoon hunne Kerk onëindig beter en ook beter gelegen is. – Ik heb een ſtuk gezien door een' Advocaat opgeſteld, om het recht der Roomſchen op de Kerken te bewijzen; nooit zag ik een rampzaliger opſtel, ſtijl, taal, ſpelling, bewijzen, alles was armhartig en hing aan malkaêr als heet zand; ik hoor, dat alles wat die man ſchrijft, altijd zoo ellendig is, en evenwel doet hij zijn best; doch als men doet wat men kan, en daarbij eene groote verbeelding van zich zelven heeft, dat is immers genoeg. – Van Aarle wandelde ik door een aangenaam dreefjen van berkenboomen naar Beek, en vervolgends naar Lieshout. Deeze twee Dorpen hebben niets merkwaardigs – Aarle, Beek en Lieshout zijn in oude tijden en nog berucht geweest wegens het ſlecht charakter der Inwooners; hiervan is nog het oud gezegde bekend:

Lieshout zonder dieven!
Beek zonder moordenaars!
Aarle zonder hoeren!
Dan zal de waereld niet lang meer doeren!!

Van Lieshout wandelde ik wederom naar Helmond langs het Kasteel van Krooi; hetzelve is een oud gothisch gebouw, het is zeer wel onderhouden, ligt zeer aangenaam digt bij een klein Beek-

jen,