Naar inhoud springen

Pagina:Sieben und siebzig Gedichte Bd.2.pdf/108

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen

De herberg

Tot aan een dodenakker
Heeft mij mijn weg gebracht;
Alhier wil ik mij vestigen,
Zo heb ik overdacht.

Je groene kransen noden
Vermoeide gasten uit
Te rusten in een herberg,
Waar hij op koelte stuit.

Dit huis heeft al vergeven
De kamers ondergronds?
Ik sta op punt van vallen,
Ben dodelijk gewond.

O onbarmhartige herberg
Jij wijst mij echter af?
Vooruit dan, weer verder,
Mijn trouwe pelgrimsstaf!