Naar inhoud springen

Pagina:Sieben und siebzig Gedichte Bd.2.pdf/114

Uit Wikisource
Deze pagina is proefgelezen


 En toen de hanen kraaiden,
Is ook mijn hart ontwaakt;
Nu zit ik in mijn eentje,
De droom is helaas gestaakt.

 Ik sluit opnieuw de ogen,
Mijn hart slaat nog zo warm.
Wanneer staan aan ’t venster bloemen?
Wanneer rust mijn lief in mijn arm?