Pagina:Tweede reize door de Majorij van 's Hertogenbosch.pdf/153

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

( 133 )

Schaarsheid- of Mangelwortel (Beta vulgaris), waarvan men, behalven dat zij goed voedſel voor de Beesten oplevert, ook Suiker kan bereiden.

In het Wild, vooräl op de Heiën, vind men zeer veele ſchoone Bloemen; de bijzonderſte bloem, welke in laagtens op de Hei groeit, is de Katoenbloem (Eriophorum); jammer is het, dat men dezelve niet gebruikt tot vulſel voor Matrasſen en Kusſens, misſchien zou zij ook wel goed weezen, om te ſpinnen. Ik zag ook hier en daar Tijloozen (Narcisſus juncifolius flore luteo); Struifkruid (Primula veris); Lelij van de Dalen (Lilium convallium); eene ſoort van blaauwe Hiaſinten, doch zonder reuk (Hyäcinthus juncifolius inödorus); Maagdenpalm (Vinca vulgaris); Zonnedaauw (Ros ſolis); Thijm (Thymum vulgare); de Koekoeksbloem (Lychnis); Madeliefjens (Bellis); den Leeuwenvoet (Leöntopodium), of zoo als dit bloemtjen bij dwaaze ſentimenteel-verliefden genoemd word: Vergeet mij niet! naar het Hoogduitsch: Vergisz mein nicht! waarin het deezen naam draagt; en eene tallooze menigte anderen.

Onder de Kruiden, die van minder of meer gebruik in de Geneeskunde zijn, telde ik hier: de Klaproos (Papaver Rhæas); Kamillen (Chamomælon); het Wolkruid (Verbascum); het Duizendblad (Millefolium); dolle Kervel (Cicuta); driekleurige Viöoltjens (Viola jacea sive Trinitatis), een beproefd middel tegen den Daauwworm der Kinderen; den Aardrook of Duivenkervel (Fumaria); het Guichelheil (Anagallis); de Water-

kers

I3