Pagina:Vergif.djvu/102

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

104

klasse en legde onder de gehate school een griezeligen afgrond van oude vreeselijke kloosterhistories en geheime samenkomsten van doode monniken die spookten; lage boogramen met lange strepen van bleek maanlicht.

Maar dit spel hield op als het heel donker werd en de katuilen begonnen te schreeuwen. Dan verzamelden zij zich in dichte groepen en maakten elkaar bang met witte spoken die zij in de schaduw zagen; en van de domkerk met haar hooge torens en uit de zwarte kelders van de monniken kwam er dan zooveel somberheid en angst, dat zij naar huis stormden om hun lessen te leeren.

Het waren mooie groote boomen—de beuken van den schoolhof. Maar één jaar begon die, welke het meest op het Noorden stond, te kwijnen en het volgende jaar ging hij dood; hier en daar in de rij werd een boom ziek en 's winters waaiden er zware takken af die van binnen rot waren.

Allen die verstand hadden van boomen, kwamen in beweging; en er werden allerlei vermoedens geuit en voorslagen gedaan. Sommigen meenden dat de grond om de wortels te zeer was vast gestampt, en wenschten dat die wat omgewerkt zou worden; anderen wilden de stammen afkrabben en nog anderen waren van opinie dat er