Pagina:Vergif.djvu/109

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
111

menschen die zoo vaak hadden moeten hooren dat zij niets wisten en niets konden behalve geld bijeenschrapen,—nu iemand uit den eigen kring van hen die latijn kenden, zich tegen die hooge, trotsche heeren keerde.

Never mind, dacht Michal Mordtmann; als je niets anders wilt, dan voor mijn part graag. Het kapitaal was hoofdzaak en in dat opzicht had hij niet veel van ambtenaren en docenten te wachten; als hij zijn plan kon verwezenlijken en kon ontkomen aan een deemoedigen terugtocht, dan zou hij zich daarvoor geen moeite ontzien.

Daarom ging hij met verdubbelden ijver rond en praatte weer over phosphorzuur in de zwarte kantoren en ze mochten hem erg graag; maar als het er op aankwam—het teekenen voor aandeelen—dan stootte hij vast en zeker op een hinderpaal, een werkelijken steen des aanstoots, en dat was de professor.

Zoo lang professor Lövdahl zich achteraf hield, bleef het bij woorden. Hij toch was de eenige die er verstand van had. Hij was geleerd en hij was rijk en als hij niet mee wilde doen, dan moest er toch wel iets rots aan de zaak zijn, hoe schitterend die zich overigens ook voordeed.

Laat professor Lövdahl eerst teekenen, dan doe ik ook mee en nog een heele boel met me," zei Jorgen Kruse.