Pagina:Vergif.djvu/117

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
119

nis, die ze op school voor de zevende of achtste maal doormaakten, te intoneeren.

Marius lachte en smeekte beurtelings: maar Abraham was heelemaal uit den band geraakt; hij wierp alle boeken op het bed en riep: "kom, laten we gaan roeien en visschen!"

Ja, kleine Marius was zwak genoeg en zoo roeiden ze dan uit naar de haven en vischten in den stillen mooien voorjaarsavond.

Maar het gevolg was dan ook dat het den volgenden morgen heel bont met Marius liep; alleen het bewustzijn al dat hij niet zoo veel en niet zoo goed geleerd had als anders, maakte hem van streek en onzeker in de eenvoudigste dingen.

Daarbij wilde het ongeluk dat de rector juist in het latijnsche uur van adjunct Aalbom kwam, om naar het overhooren te luisteren; iets wat hij af en toe wel eens deed als hij den tijd had.

Het was dus zaak voor Aalbom om den rector nu aan het einde van den jaarlijkschen cursus eens te laten zien hoever zijn lieve discipels onder zijn leiding gevorderd waren; daarom nam hij eerst No. 1 en toen Marius onder handen.

Abraham zat als op spelden en naalden; hij kende Marius door en door en hij wist hoe licht dat groote hoofd zich reddeloos vast kon werken in een kleinigheid, als hij eerst van zijn stuk werd gebracht. Het was in het vorige uur al verkeerd