Pagina:Vergif.djvu/146

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

148

Mordtmann was wel heel wat anders dan Abel; maar toch! zij was wezenlijk niet bang—noch voor wat zij zelf deed noch voor wat de anderen zeiden.

En wat haar man aanging, voor hem had zij nog minder zorg; hij had nooit een spoor van jaloezie getoond. Zoo lang zij getrouwd waren, was Carsten Lövdahl de voorkomendheid zelf geweest tegen de jongelui die langzamerhand nader kwamen, aangetrokken door haar schoonheid en haar levendigheid.

Een enkele maal had mevrouw Wenche wel eens gevonden dat hij wat ver ging in zijn liberaliteit; maar later had zij altijd moeten bekennen, dat zijn wijs en wel overlegd optreden veel in het gelijke bracht, wat anders nog al scheef zou zijn uitgekomen.

Zelf was zij nooit ernstig van streek gebracht; misschien wel juist, omdat het zoo kalm en zoo vrij ging. En dat niettegenstaande zij nog niet lang met Carsten Lövdahl getrouwd was geweest, voor zij merkte hoe weinig overeenstemming er tusschen hen was.

Hij was zóó voorzichtig, zóó irriteerend correct, dat hij haar dikwijls laf en onbetrouwbaar leek. Maar te gelijker tijd was er iets fijns en ridderlijks in zijn karakter, dat hem steeds ophield in haar opinie. En al zette ze hem ook niet zoo