Pagina:Vergif.djvu/171

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen

173

gaan; maar nu geloof ik bijna, dat er iets aan is van wat je zegt."

"Ja, ik geloof dat ik dezen keer het meest in overeenstemming met jou principes ben," antwoordde de professor, die nu heelemaal gekleed was en heen wilde gaan.

"Maar ik verzeker je," riep mevrouw Wenche plotseling toen hij al bij de deur was, "op den morgen dat Abraham naar de kerk moet om die onzalige gelofte af te leggen, wil ik van mijn recht als moeder gebruik maken om hem af te vragen of hij weet wat hij doet; en is hij dan niet volkomen waar of eerlijk, dan zal noch jij, noch de heele priesterschap van de wereld gedaan krijgen, dat mijn zoon opgaat om een leugen te zeggen."

"Daarin kun je doen, zooals je wilt," antwoordde haar man heengaand; komt tijd, komt zorg; voorloopig was hij al verder gekomen dan hij had durven verwachten.

Maar mevrouw Wenche was onrustig en ontstemd; zij had een pijnlijke gewaarwording, dat haar man haar te slim af was geweest met die toestemming voor de aanneming,—de walgelijkste komedie die zij kende.

Zij sprak er met Mordtmann over en hij gaf haar in alles gelijk; hij was zelfs nog heftiger dan zij in zijn woorden; maar overigens kon de