Pagina:Vergif.djvu/213

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is proefgelezen
215

Hij keerde zich in de deur om; heel de man was veranderd; het grijze haar stond steil, zijn tanden kwamen naar voren en zijn oogen geleken die van een dier dat plotseling zijn kooi verbreekt; schor en ademloos wierp hij haar in het gelaat: "Ik vertrouw je niet."

Met een kreet en met opgeheven handen stortte zij zich achter hem aan; maar hij was de voorkamer al uit, en zij gaf het op; zij kon hem toch niet neervellen en dat was wat zij zou willen.

Een oogenblik stond zij zoo bevend; daarop richtte zij zich op, ging de kamer uit en zei tegen het meisje, dat de professor waarschijnlijk van avond niet thuis zou komen; zij zelf ging uit en zij zou den sleutel meenemen; niemand moest voor haar opblijven.

Abraham was op een speelpartijtje bij Broch; zij zou hem nog graag gezien hebben; maar het was misschien beter dat zij niet van haar stuk werd gebracht; zij sloeg haar pelsmantel om, zette een mutsje op en ging de deur uit.

Mevrouw Wenche ging regelrecht naar Mordtmann; er waren geen groote afstanden in de stad; en terwijl zij voorthep dacht zij er alleen aan, dat zij nu vrij was,—heelemaal vrij van haar man; zij ging nu naar Mordtmann om hem alles te vertellen; dan zou er eindelijk helderheid,—waarheid in hun verhouding komen, zooals vroe-