Pagina:Vergif.djvu/225

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

227

zestien jaar—op zijn ouden dag—tegen zijn eigen theorie in begon te handelen? Al de geestigheden die hij zou moeten verdragen; lachjes, toe spelingen en bedekte maar doorzichtige boosaardigheid.

En dan daarbij de drukte in huis; al het ongemak en al de onrust die men verdragen kan, zoolang men jong en het nog een nieuwtje is; maar die het huis slechts het onderste boven zetten en in de war brengen, wanneer men eenmaal tot kalmte gekomen is.

Het was dit alles wat in eens bij hem was opgekomen en dat, gevoegd bij de booze stemming waarin hij al een tijdlang rondliep, eindelijk vat kreeg op den anders zich zelf zoo zeer beheerschenden, beschaafden man: het had de woorden opgeroepen die in zekeren zin zijn geheim verrieden, ofschoon hij er in werkelijkheid verre van af was, wat hij zei te meenen in den zin dien mevrouw Wenche er aan geven kon.

Maar morgen zou dat alles er anders uitzien. Aan de zaak zelf viel toch niets te veranderen en Carsten Lövdahl was juist de man om het onafwendbare met alle mogelijke betamelijkheid te accepteeren. Hij was ook bereid om verontschuldigingen te maken en zijn vrouw elke gewenschte vergoeding te geven; maar kalm, half gekscherend, uit de hoogte, en—morgen.