Pagina:Vergif.djvu/24

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is gecontroleerd

26

ik kijken kan;—en dat zal mijn wraak zijn!"

Abraham fronste zijn wenkbrauwen sterk en zag naar Marius; en die voelde dat dit de vreeselijkste wraak zou zijn.

"Daar komt moeder aan," zei Abraham; hij hoorde de deur van de kamer van zijn ouders, die van de zijne alleen gescheiden werd door een smalle gang welke naar de keuken leidde.

Mevrouw Lövdahl trad binnen met een bord vol appels en noten.

"Goeden avond, kleine Marius, hoe gaat het met moeder?"

"Dank u, heel goed!" antwoordde hij en stond wat bedremmeld op.

"Doet me 't plezier, jongens en eet eens wat! ik dacht dat je misschien wel eens een verkwikking kon gebruiken, na al die droge geleerdheid die je in je hersens propt!"

Zij sprak met een haastig, luid, Bergensch accent en lachte even, terwijl zij beproefde om Abrahams haar glad te strijken, dat nog aan den vertwijfelden minnaar herinnerde.

Mevrouw Lövdahl was heel knap en nog zóó jeugdig dat zij er altijd pret in had om vreemden haar langen zoon van een jaar of veertien te presenteeren. Toen Carsten Lövdahl indertijd uit Parijs terugkwam met de schitterendste aanbevelingen van beroemde oogartsen en met een