Pagina:Vergif.djvu/249

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

251

tenschap flink als slechts weinigen en daarbij in het bezit van een zeldzamen aanleg om den ontwikkelingsgang van denkbeelden te volgen.

"Hij moet absoluut in de theologie studeeren; het is een buitengewoon helder hoofd:" zei de proost dikwijls tegen den professor.

"Ja, dat moet maar gaan, zooals Onze Lieve Heer het leidt," antwoordde de professor. Hij dacht—om de waarheid te zeggen—niet dat theologie iets voor zijn zoon was.

Maar de proost was zoo met Abraham ingenomen, dat hij hem boeken leende en hem zelfs 's avonds bij zich vroeg.

Het was met heel wonderlijke gevoelens dat Abraham het huis betrad, dat nog geen twee jaar geleden het doel van zijn vurigste wenschen omsloot, en welks vensters hij zooveel verliefde blikken toegeworpen had.

Er was nog een heel troepje ongetrouwde dochters; zijn vroegere geliefde was op een na de oudste en een jaar geleden met haar telegrafist getrouwd.

Abraham zag haar terug met een gezicht vol bruine vlekken en met een verdrietig uiterlijk.

Zijn kasteel viel ineen. De riddertijd met den trouwen kleinen Marius onder den arm was om te lachen en zich over te schamen; en den vol-