Pagina:Vergif.djvu/248

Uit Wikisource
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Deze pagina is niet proefgelezen

250

Wenche kreeg een lang grafschrift, waarin niets vergeten werd.

Dat alles lag zoo sterk in de lucht, dat het niet wel anders kon of Abraham moest het merken. Hij werd bang om zijn moeder te noemen en dat stoorde zijn verdriet, vooral in dezen tijd nu hij naar den dominé ging en tweemaal in de week behalve 's Zondags van godsdienst hoorde.

Hij was nu heelemaal veranderd, en zelfs de rector moest bekennen dat Abraham Lövdahl een leerling was, op wien de school in alle opzichten trotsch kon zijn. Hij liet zijn ontstemming tegen hem heelemaal varen; en alle leeraren hadden al lang die historie met den kleinen Marius vergeten. Vlijtig en onderdanig maakte hij naast Hans Egede Broch zijn weg door de school en velen begonnen hem al voor even flink te houden.

Slechts onder de meest vertrouwde vrienden was hij de oude—en erger dan vroeger; en het du urde niet veel weken na den dood van zijn moeder of hij maakte opnieuw het middenpunt van hun kring uit.

Allen waren tevreden over hem, maar vooral proost Sparre. Waar hij een beetje ontstemd met dit jonge mensch begonnen was, daar was dit nu omgeslagen in de duidelijkste voorliefde.

Dit was nu juist een jongen naar zijn hart; stil, bescheiden en beleefd; in zijn christelijke we-